Alles over de voeding

Moedermelk blijft de meest geschikte voeding voor een baby. Deze melk bevat afweerstoffen en voorziet in alle behoeftes van een pasgeborene. Daarnaast stimuleert het zuigen aan de borst de juiste ontwikkeling van de kaak- en mondspieren. Borstvoeding geven brengt vele voordelen met zich mee. Soms vraagt het wel wat extra aandacht voor de voeding echt goed op gang komt, maar in de meeste gevallen lukt het geven van borstvoeding. De kraamverzorgende kan hierbij een belangrijke rol spelen. Belangrijk is je eigen keuze te maken die iedereen zal moeten respecteren.




- Met moedermelk groeit de baby op de meest natuurlijke manier en heeft hij minder kans op overgewicht.  - Borstvoeding bevat afweerstoffen die de baby tegen allerlei ziektes beschermen. Borstgevoede kinderen hebben ook op de lange termijn minder kans op allergische klachten of suikerziekte. - De baby geniet van het drinken aan de borst omdat hij zo heerlijk dicht bij de moeder is, en ook omdat moedermelk een beetje zoetig is en baby's dat lekker vinden. - Bij vrouwen die borstvoeding geven trekt de baarmoeder zich sneller samen. Ook zijn zij vaak er sneller op hun oude gewicht. - Vrouwen die borstvoeding geven, hebben later een verminderde kans op het krijgen van borstkanker, baarmoederkanker of osteoporose. - Borstvoeding geven stimuleert het zelfvertrouwen van de moeder. - Met borstvoeding komt de baby niets te kort: hij krijgt voeding en lichamelijke aandacht in een. - Borstvoeding geven is gemakkelijk: je hoeft niet bij nacht en ontij met flesjes en maatschepjes in de weer, je hebt de juiste voeding altijd bij de hand, en deze is altijd op de juiste temperatuur. - Borstvoeding is gratis.

Flesvoeding
Soms lukt het geven van borstvoeding niet of zijn er andere redenen om voor flesvoeding te kiezen. Flesvoeding wordt zorgvuldig samengesteld en is een verantwoorde vervanger van moedermelk. Afhankelijk van het geboortegewicht wordt de baby de eerste dagen zes tot acht maal per dag gevoed. Goede hygiëne is erg belangrijk bij het klaarmaken van de voeding. Was je handen en gebruik alleen heel schone pannen, lepels, kannen enzovoort. Zorg dat de flessen en spenen zijn uitgekookt. Volg bij het bereiden van de voeding de aanwijzingen op het blik. Houdt de aangegeven hoeveelheden nauwkeurig aan: een extra schepje is niet goed voor de nieren van uw baby. Het is het makkelijkste om in één keer de voeding voor de hele dag (en nacht) klaar te maken. Meet de nodige hoeveelheid lauw gekookt water af met een flesje; maatkannen zijn vaak niet nauwkeurig genoeg. De klaargemaakte voeding bewaar je in een kan in de koelkast of je verdeelt de voeding vast over een aantal flesjes. Warm de fles op in een pannetje water (au bain-marie), in een flessenwarmer of in de magnetron. Schudt een fles die uit de magnetron komt altijd goed om de warmte te verdelen. Test even op de binnenkant van je pols of de voeding niet te heet is.

Bij de fles kun je altijd precies zien hoeveel de baby heeft gedronken. Aangezien de ene baby meer drinkt dan de andere hoef je jezelf geen zorgen te maken als de fles niet leeggedronken wordt. Als uw baby een tevreden indruk maakt, drinkt hij hoogstwaarschijnlijk genoeg. Pasgeborenen beginnen gewoonlijk met 10 ml. per voeding. Daar wordt elke dag 10 ml. aan toegevoegd, zodat hij na zes dagen op 60 ml. per voeding zit. Na een week wordt de hoeveelheid voeding bepaald aan de hand van het gewicht van de baby. Overleg met de kraamverzorgende over de hoeveelheid voeding en het aantal voedingen dat je moet geven. Meestal krijgen baby's zes tot acht flesvoedingen per etmaal; overdag om de drie à vier uur en 's nachts alleen als ze dat willen. Een baby doet er ongeveer een kwartier over om een flesje leeg te drinken. Duurt dit bij jou baby veel korter of langer, dan zijn de gaatjes in de speen misschien te groot of te klein.

Bij het drinken van de fles krijgen baby's vaak wat lucht mee naar binnen. Die lucht raken ze weer kwijt door een boertje te laten. Leg de baby rechtop tegen je aan en laat het hoofdje op je schouder rusten. Klop met vlakke hand zachtjes op zijn ruggetje. Leg wel eerst een doekje op je schouder: met een boertje kan wat voeding meekomen. Soms laat het boertje lang op zich wachten of hoeft de baby helemaal geen boertje te laten. De baby kan ook zonder boertje teruggelegd worden in bed. Mocht er dan toch nog een boertje dwarszitten, dan komt dat er alsnog gewoon uit.

Kook flessen en spenen voor gebruik eerst uit. Leg de flessen gedurende tien minuten in een pan met kokend water. Zorg wel dat ze onder water staan. Kook de laatste drie minuten ook de spenen mee. Laat de flessen vervolgens met de opening naar beneden uitlekken op een schone theedoek. Eenmaal in gebruik, is drie minuten uitkoken voldoende. Uitkoken gebeurt de eerste weken dagelijks. Totdat de baby zes maanden is moeten flessen en spenen tweemaal per week worden uitgekookt. Spoel de flessen na het voeden goed om, zodat er geen melkresten meer in zitten, en borstel ze daarna schoon met een daarvoor bestemde flessenborstel. Doe hetzelfde met doppen en spenen. Berg spenen en flessen altijd droog op. Gebruik spenen niet langer dan zes weken. Controleer regelmatig of er geen scheurtjes in de spenen zitten.