Controle van je baby

Alle informatie over : temperatuur, voeding, spugen,urine,ontlasting,gewicht en kleur. De kraamverzorgster controleert in de kraamweek uw baby en geeft u aan waarop te letten. Zij houd bijvoorbeeld de kleur van uw baby’tje in gaten en wanneer zij constateert dat uw baby “geel ziet” zal zij dit extra in de gaten houden en met de verloskundige bespreken. In uiterste gevallen wordt u doorverwezen naar de kinderarts. De temperatuur van uw kindje kunt opnemen met een digitale thermometer die rectaal ingebracht kan worden. De temperatuur zegt veel over het gestel van uw baby. Als uw baby een te lage temperatuur heeft kan hij zichzelf waarschijnlijk nog niet goed warm houden. Wanneer uw kindje juist te warm is heeft u uw kindje waarschijnlijk te warm aangekleed. Een pasgeboren baby mag eigenlijk geen verhoging of verlaging hebben. De temperatuur hoort tussen de 36,5 en 37,5 graden te zijn. Tussen de 37,5 en 38 graden kunt u proberen uw baby af te koelen door het minder warm aan te kleden. Een temperatuur van 38 graden of meer? Neem dan altijd contact op met verloskundige of huisarts. Bij een temperatuur van 36 tot 36,5 graden kunt u proberen te temperatuur omhoog te krijgen door uw kindje warmer aan te kleden. Is uw kindje kouder dan 36 graden neem dan direct contact op met de verloskundige of huisarts. In de kraamweek is het ook van belang het gewicht van uw kindje in de gaten te houden. Iedere baby valt na de geboorte een klein beetje af. De baby heeft bij zijn geboorte extra vocht in zijn lijfje. Wanneer hij dit vocht verliest wordt zijn gewicht ook lager. Uw kindje kan tot twee weken na de geboorte gewicht verliezen dit kan ongeveer 5 tot 10 procent van het geboortegewicht zijn. Vaak zult u zien dat uw baby na de tweede week weer in komt . Wanneer u borstvoeding geeft en merkt dat uw baby niet of nauwelijks aankomt kunt u een lactatiekundige benaderen. Borstvoeding: Het aantal keren dat u per dag voeding geeft kunt u afstemmen op de behoefte en leeftijd van uw baby. Flesvoeding: Tussen de 7x80 ml en 6x120ml de eerste maand. Daarna 5x 150/180ml. Vaste voeding : Vanaf 6 maanden kunt u starten met vaste voeding naast het geven van de borst of flesvoeding. Spugen: *Zorg voor een rustige omgeving om te voeden. *Misschien drinkt je kindje te snel. Dan is een speen met een kleinere opening handig. Een goed drinktempo is 15 tot 20 minuten per fles. *Zorg dat je kindje tijdens en na iedere voeding een boertje laat. *Als je flesvoeding geeft kun je in overleg met je arts een speciale voeding bij spugen gebruiken. *Neem contact op met je huisarts of het consultatiebureau als je kindje te veel spuugt en het niet minder wordt. Ontlasting: De eerste ontlasting is meconium. Dit is donkergroen tot zwart een teerachtige en kleverige substantie. Meestal komt de eerste ontlasting binnen 24 uur maar moet in binnen 48 uur komen. Wanneer uw baby niet binnen twee dagen heeft gepoept is er misschien nader onderzoek nodig. De kraamverzorgster zal dit ook in de gaten houden. Hoe vaak een baby poept verschilt per baby. Baby’s die flesvoeding krijgen hebben over het algemeen dikkere ontlasting dan baby’s die borstvoeding krijgen. Totdat uw kindje naar school komt u ongeveer 12 keer op het consultatiebureau. Daar doen zij de nodige controles en houden de ontwikkeling en groei van uw kindje nauwkeurig in de gaten. U kunt op het consultatie bureau terecht met al uw vragen over bijvoorbeeld de verzorging, voeding, slaapritme, kruipen, lopen, gedrag veiligheid enz…… De ene keer heeft u een afspraak bij de jeugdverpleegkundige de andere keer bij de jeugdarts.